Studenten ontsluiten de ervaringen met ID-wallets in Nijmegen en elders, zodat de gemeente Groningen onderbouwd kan bepalen hoe ze stapsgewijs kan starten.
De digitalisering van overheidsdienstverlening gaat sneller dan een deel van de inwoners kan meekomen. De ID-wallet biedt kansen: inwoners kunnen digitale bewijzen zoals diploma’s, inkomensverklaringen en adresgegevens gecontroleerd en selectief delen. Dat geeft meer regie, maar vraagt ook vaardigheden. De belofte wordt alleen waargemaakt als de toepassing veilig, begrijpelijk en inclusief is.
Onder de eIDAS-verordening stelt Europa in 2026 een digitale ID-wallet verplicht, die de overheid gratis aanbiedt aan burgers en organisaties.
De opdracht is praktijkvraag 1.4 binnen de Leerwerkplaats Inclusieve ID-Wallets, een experimenteeromgeving waarin proactieve dienstverlening met ID-wallets samen wordt ontworpen, getest op inclusiviteit en iteratief opgeschaald. Studenten van verschillende opleidingen werken er aan elf praktijkvragen, verdeeld over drie pijlers: Organisatie & Implementatie, Gebruiker & Interface, en Adoptie & Ondersteuning.
De leidende casus is de energietoeslag. Inwoners die er recht op hebben, maken er te weinig gebruik van. Het doel is proactieve en begrijpelijke dienstverlening, waarbij inwoners krijgen waar ze recht op hebben, ook met beperkte digitale vaardigheden.
De gemeente Nijmegen is een voorloper en werkt in haar proeftuin met verschillende partijen aan pilots en demo’s; een afgerond, volledig werkend product is er nog niet. Groningen staat aan het begin en wil leren van die ervaringen. Die kennis ligt echter verspreid over pilots, proeftuinen, evaluaties en rapporten en is niet systematisch ontsloten. Daardoor leunt besluitvorming over een eerste stap op losse voorbeelden in plaats van op herkenbare patronen.
“Welke usecases en lessen van de gemeente Nijmegen rondom de inzet van ID-Wallet lenen zich voor implementatie bij de gemeente Groningen?”
De leerwerkplaats stelt twee sets randvoorwaarden, die de basis vormen voor de requirements:
Design Thinking bepaalt wat er wordt onderzocht en ontworpen; Scrum bepaalt hoe het werk wordt georganiseerd, in sprints van twee weken in Azure DevOps. In periode 1 staat de problem space centraal: documentanalyse, interviews in Nijmegen en Groningen, empathy maps, persona’s van toolgebruikers en een gecodeerd bronnencorpus. De ontwerpcyclus wordt in deze periode één keer volledig op laag detailniveau doorlopen.
In periode 2 worden de AI-oplossing en het dashboard gerealiseerd, getest en verbeterd, en volgt het adviesrapport met implementatieplan.
Er liggen twee opties ter afstemming: het inclusie-effect van de aanvraag van de energietoeslag, of de kennisbasis en overdraagbaarheid van usecases. Een combinatie is ook mogelijk. Het dashboard vergelijkt usecases op kenmerken, niet organisaties op prestaties.
Samen vormen ze de kern van een toolkit voor overdraagbaarheid naar andere gemeenten.
Bekijk alle projecten van CollabSpace.